Designer Dialogues: Tessa Koot

In BLANK SPACE MAGAZINE, opgezet door de Eindhovense creatieven van Sectie-C, worden creatieve makers door collega’s geportretteerd in hun werkplaats. Wat fascineert, inspireert en drijft ze om te doen wat ze doen? Speciaal voor ddw.nl maakte BLANK SPACE MAGAZINE verkorte versies van de interviews. Deze keer kijken we binnen in de studio van ontwerper Tessa Koot.

Tessa, jij bent na je afstuderen aan de Design Academy uit Eindhoven weggegaan en daarna weer teruggekomen. Ben je toen meteen op Sectie-C gestart?
 
Ik heb een jaar of vijf in Rotterdam gezeten. Daarna ben ik teruggekomen en kwam ik in een sloophuisje in Stratum terecht met een leegstaand klooster erachter. Toen we daar uit moesten, begon Sectie-C net. Er stonden toen nog van die dunne wandjes en telkens als wij meer ruimte nodig hadden, verschoven we die dingen een meter.

Studio van Tessa Koot
Saskia Overzee

Je kunt je nu helemaal niet voorstellen hoe het er hier toen uit zag.

Inderdaad. Rob [van der Ploeg, red.] had een handel met vintage spullen waarmee hij de Smalle Haven vulde en dat werd constant verplaatst. Daardoor hadden wij een hele vintage berg waar ik soms ook mijn eigen werk uit viste. Dan had ik mijn stoelen ergens laten staan en was het opgeslokt in de chaos die er toen heerste. Dit is natuurlijk helemaal veranderd, maar wel leuk om aan terug te denken. Zo’n community als Sectie-C is heel bijzonder en dat kan ook zo verdwijnen. Ik heb al binding met het terrein vanaf het eerste uur. Ik heb Sectie-C zien groeien en ook m’n nek ervoor uitgestoken.

Wat ben jij eigenlijk?
 
Ik ben ontwerper.

Van?
 
Van alles tot aan openbare ruimte. Je moet bedenken dat boven al mijn werk een dak zou kunnen passen. Wij zijn nu heel veel visuals aan het maken. Dus stiekem maak ik nu ook gebouwen, maar die zijn wel dienstbaar aan wat erin staat.

Voor wie werk je?
 
Dat is heel verschillend. Het leukste vind ik als een opdrachtgever mij de ruimte geeft en gewoon zijn verhaal doet. Dan kan ik de context bepalen, want als iemand aan mij vraagt: ‘Maak een stoel die lekker zit’, wil ik toch weten waar die stoel dan komt te staan.En meestal trek ik die ruimte ook wel naar me toe.

Hoe is eigenlijk de taakverdeling tussen jou en jouw collega Sophie?
 
Naast dat ik een eigen label heb, hebben Sophie en ik samen Studio ADD. Het grote verschil is dat we met die renderstudio ons dienstbaar opstellen naar de klanten. Normaal ben ik nogal leading.

Werk je daarom ook zo graag autonoom?
 
Ja, ik werk graag autonoom. Maar ik vind dit ook heel leuk! Juist omdat ik zelf ook een autonome collectie heb, vertrouwen mensen mij niet helemaal. Als ik bijvoorbeeld zei dat die muur zwart moest, kreeg ik te horen: ‘Ja, maar jij bent heel extreem!’ Nu kunnen wij met één druk op de knop laten ziet dat het werkt en dat het niks te maken heeft met mijn persoonlijke smaak. Sinds wij deze skill hebben, vind ik dat we echt veel meer on point zijn en dat ik ook veel beter mijn vak kan uitoefenen.

Juist door minder met taal te werken?
 
Ja, want dat medium is helemaal niet toereikend. Mijn mooi is toch zeker niet jou mooi? Op de academie wordt ons aan geleerd om over dezelfde mooite praten. Maar een klant praat mijn lingo helemaal niet.

Zou je dan kunnen zeggen dat zo’n render je prototype is?
 
Zeker weten. Ga maar eens na. Met de autonome fysieke werken maakte ik een collectie die ik zelf moest voorfinancieren. Het kost een hoop tijd, want je maakt eerst modellen en uiteindelijk de eindversie. Dan kon ik het allemaal gaan bekisten en moest ik daarmee naar Milaan. Dan stonden we daar en voor je het wist, was ik vijftien duizend euro verder. Geen grap.

Tessa Koot
Saskia Overzee

Ja, wij (Anne Ligtenberg en Mats Horbach, red.) kennen het.
 
Nou, dan sta je daar en iedereen zit er met zijn vieze vingers aan en tikt er met z’n zegelring op of het allemaal wel goed in elkaar zit. Dus dit product kon je alweer wegflikkeren. Nu heb ik mijn visuals en als niemand mijn werk wil kopen, dan is er geen schade. Zo’n beeld onder de aandacht brengen is bij wijze van spreken maar een druk op de knop en dan gaat het naar mijn hele netwerk.

Maar hoe ontwerp jij dan?
 
Ik maak nog wel schetsen en voor al mijn inspiratie moet ik de echte wereld in. Eigenlijk zijn alle elementen nog steeds hetzelfde. Daarom wil ik ook nog een ruimte hebben waar ik fysiek kan werken.

Dus je probeert een balans te vinden tussen fysiek werken en het vormgeven op de computer?
 
Ik voel dat ik nu veel dichter bij mijn identiteit als ontwerper sta, want ik kan iets laten zien wat er uit mij hoort te komen.

Tessa Koot
Tessa Koot

Waarom ben je naast je autonome werk het maken van visuals ook als dienst gaan verlenen?
 
We kregen de techniek onder de knie en ik vind het ook echt heel tof om zo met z’n tweeën te werken. Soms is het makkelijker om voor een commerciële partij te werken. Met je eigen werk wordt het soms zo complex om uitdrukking te geven aan je eigen ideeën, dat het een opluchting is om voor iemand anders aan de slag te gaan.

Er zit een andere intensiteit aan het werken voor anderen. En je eigen werk is ook nooit af.
 
Precies. Dus ik vind deze twee dingen naast elkaar doen goed passen.

Tot slot: nemen jullie je werk “mee naar huis”?
 
Sophie denkt nog dat er een verschil is tussen werk en privé. Dat probeer ik nu al vijf jaar uit te leggen. Geintje! Werk mee naar huis nemen, heeft ook zo’n negatieve connotatie. Alsof je dat eigenlijk niet mag doen. Ik kan het niet afsluiten. Ik wil het ook niet afsluiten. Ik vind het fijn, als het zo nog een beetje thuis na marineert. 
Dan denk ik ’s ochtend ja!

Het volledige interview met Tessa Koot is te lezen in de eerste uitgave van BLANK SPACE MAGAZINE. Meer lezen? Volg BLANK SPACE MAGAZINE hier.

Interview: Anne Ligtenberg en Mats Horbach / Fotografie: Saskia Overzee / Tekst editor: Martijn van der Ven / Vertaler: Tanya Long