Simone Post studeerde vorig jaar af aan de Design Academy in Eindhoven. Sindsdien maakt ze stappen die aardig wat stof doen opwaaien. Zo zijn haar afvaltapijten genomineerd voor twee designprijzen. Dit is deel 1 van een reeks interviews met ontwerpers die meedoen aan Dutch Design Week.

Je verruilde de mode in Arnhem al snel voor het design in Eindhoven. Toch spelen textiel en stoffen een belangrijke rol in jouw werk.


“Toen ik 14 was namen m’n ouders me mee naar een expositie van ontwerper Hussein Chalayan. Dat je zo veel met mode kunt doen, dacht ik. Ongelofelijk! Maar op de kunstacademie was het anders: een kledingcollectie maken voor een bepaald ‘type’ vrouwen? Niet echt interessant. En al helemaal niet omdat het resultaat altijd hetzelfde is: kleding. Nee, ik wilde onderzoeken en experimenteren. Focussen op één materiaal, en dan wel zien wat er van komt. Dat kon op de Design Academy wel. Ik heb er gewerkt met keramiek en hout, maar vooral met textiel. Dat materiaal is gewoon prettig om mee te werken. Verschillende technieken, kleuren, patronen, texturen...”



Je ontwierp tapijten van het textielafval bij Vlisco. De eerste versies heb je met de hand gemaakt. Echt monnikenwerk. Vertel eens: hoe zag een dag van Simone Post er uit. Zat je uren en uren te knippen, snijden en vouwen?


“De eerste testen zijn inderdaad handgemaakt. Maar toen ik eenmaal zag om hoeveel textielafval het ging, wist ik meteen dat er een machine nodig was. Anders kun je niet op grotere schaal antwoord geven op een afvalprobleem. Daarom bekijk ik nu de mogelijkheden van machinale productie. Ik onderzoek bestaande machines en processen. De meest interessante breng ik bij elkaar. Daarbij word ik geholpen door LABEL/BREED uit Amsterdam. Zij kennen de producenten en hebben veel kennis van dit soort processen. Bovendien helpen ze me bij de verkoop en distributie. Samen sta je sterk.”



foto: Auke Hamers


Bij Vlisco vallen jaarlijks heel wat kilootjes textiel uit. Het is ook bekend dat Vlisco streng is op het gebruik en vertoon van zijn materialen. Hoe heb je ze overtuigd van je idee?


“Bij Vlisco liep ik stage als printontwerper. De enorme berg uitval viel me meteen op. In elke hal stond wel een bak stoffen. Ik vroeg me natuurlijk meteen af wat ze daar mee deden. Het bedrijf is erg voorzichtig: er mag geen slechte kwaliteit op de markt komen, dus bijna alles werd vernietigd. Toen ben ik gaan nadenken: hoe kan ik ze overtuigen dat je zulke mooie stoffen ook voor iets anders kunt gebruiken? In het Westen worden de bedrukte stoffen wel verkocht, maar mensen durven ze niet te dragen. Hier worden ze gebruikt voor stoffering van banken en kussens. Zo kwam ik al snel op een idee voor de interieurmarkt. Ik stelde een plan op met strenge criteria. Daar stond bijvoorbeeld in dat ik van het afval geen producten voor de textiel- of modemarkt zou maken. Maar ook dat de prints onherkenbaar moesten zijn. Vlisco vond het al snel interessant. De creatief directeur gaf me alle vertrouwen en een vrachtauto vol textielafval.”


Diezelfde kleden zijn nu genomineerd voor niet één, maar twee designprijzen. Dat zijn de betere bekroningen, toch?

“De nominaties (voor New Material Award en Dutch Design Awards) zijn een enorme eer. Dat ik überhaupt mee mag doen. Ik bedoel: vorig jaar stond ik nog tussen de afstudeerders op de Graduation Show. Nu neem ik het ineens op tegen mensen waar ik in mijn studietijd tegenop keek. Alles ging zo snel afgelopen jaar. Het lijkt wel een achtbaan. Nu hoop ik natuurlijk dat die nominaties me in contact brengen met nieuwe fabrikanten, want ik heb nog meer ideeën. Wanneer je de krachten bundelt en op elkaar vertrouwt, kun je je concentreren op waar je goed in bent. In mijn geval is dat ontwerpen.”


Je exposeert deze week op meerdere plekken in Eindhoven. In het VDMA-gebouw ben je een van de drijvende krachten achter de expositie van een ontwerpcollectief dat allerlei experimenten toont, maar geen eindproducten. Kun je dat toelichten?


Envisions is een idee van mij, Iwan Pol en Sanne Schuurman. Samen bepalen we de richting van het collectief en wie we bij erbij betrekken. Binnen het collectief maken we gebruik van elkaars creativiteit, kennis en netwerk. Ons credo: ‘Everything but the end product’. We tonen letterlijk onze ideeën aan de hand van samples, proefjes en uitprobeersels. Om inzicht te geven in onze ontwerpprocessen, met als doel de dialoog starten. Daarbij leiden eindproducten eigenlijk alleen maar af. Met dit collectief zijn we eerder dit jaar naar Milaan gegaan en later naar New York. We kregen veel positieve reacties bij het zien van zoveel experimenten. Vooral bedrijven vonden het echt een verfrissende manier van denken en presenteren. De expositie in Eindhoven is een vervolg. En er zijn vier nieuwe ontwerpers bij gekomen. Allemaal kleurrijke onderzoekers met een directe, speelse manier van werken.”



Tot slot: over 9 dagen is Dutch Design Week weer voorbij en gaan de ontwerpers terug naar de echte wereld. Enig idee wat jij dan gaat maken? Of: wat kunnen we komend jaar verwachten van Simone Post?


“Ik doe veel onderzoek naar kleur en textiel. Daar wil ik de komende periode op voortborduren. Ook gaan we de plannen met Envisions doorzetten. Meer fabrikanten op ideeën brengen en anders naar hun productieprocessen laten kijken. In New York en Milaan hebben we veel nieuwe contacten opgedaan. En ja, ik ben in gesprek met een serieuze partij. Wie dat is, ga ik nog niet zeggen. Eerst ga ik mijn boek aan minister Jet Bussemakers overhandigen. Die reikt straks de New Material Awards uit.”



‘The making of’ is het thema van de 15de Dutch Design Week. Daarmee staat het jubileumjaar volledig in het teken van het maakproces en de makers. Eregasten zijn 2500 ontwerpers die het evenement groots, en de wereld net iets beter, slimmer, handiger of mooier maakten. In Eindhoven tonen ze 9 dagen lang hun nieuwste werk en het beste wat design te bieden heeft.

 

www.ddw.nl