Ontwerper Daniël de Bruin maakt wonderlijke installaties. De eerste analoge 3D-printer bijvoorbeeld, maar ook een installatie met motorolie en led verlichting. Zijn werk is deze designweek te zien bij Dutch Invertuals en in het Van Abbemuseum. Dit is deel 6 van een reeks korte interviews met ontwerpers die meedoen aan Dutch Design Week.

 

Je studeerde aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht, maar begeeft je nu op het terrein van design. Wat voor een ontwerper is Daniël de Bruin?

 

“Dat vraag ik mezelf ook steeds vaker af. Ik moet die pitch toch eens beter voorbereiden. Maar, om toch een poging te wagen: techniek staat centraal in mijn werk. Ik maak er installaties en producten van die een verhaal vertellen. Die mensen ergens over na laten denken. Het hoofddoel is om telkens iets nieuws te scheppen. Meer kan ik er eigenlijk niet over zeggen. Behalve dan dat ik me het prettigst voel als ik in de ‘maakflow’ ben. Zo lang ik kan maken, ben ik gelukkig.”

 


Tijdens DDW presenteer je het project Fosfeen. Wat is dat voor een installatie?

 
“Fosfeen, weet je wat dat is? Dat is de vlek die even op je netvlies staat nadat je in een felle lichtbron hebt gekeken. Ik vond led strips zo fel, dat je ze nauwelijks met het blote kunt bekijken. Door ze in olie te leggen – wat niet geleid en dus geen kortsluiting veroorzaakt – kan ik het licht dimmen of juist feller maken door het onder te dompelen in de vloeistof. Met dat gegeven ben ik gaan experimenteren. Eigenlijk is deze installatie niet veel meer dan een gesloten circuit met wat afgewerkte motorolie, mechanica en leds. Wanneer er iemand voorbij loopt of beweegt, activeren bewegingssensoren de mechaniekjes in de installatie. Die duwen en trekken de strips in en uit de olie, waardoor verschillende lichtgraduaties ontstaan."

 


Fosfeen lijkt een groot experiment. Ga je het idee nog doorontwikkelen?

 
“Ik ben blij dat ik dit project in Milaan en tijdens Dutch Design Week kan en mag presenteren bij Dutch Invertuals. Hier, tussen de conceptuele ontwerpen, komt de installatie voor mijn gevoel goed tot zijn recht. Het is een experiment waar ik tot nu toe veel tijd in heb gestoken. Vooral in de techniek. Die is namelijk nog niet zo eenvoudig als het zwarte vlak misschien doet vermoeden. Intussen ben ik al wel blij met dit resultaat. Ik merk aan de reacties dat mensen de interactie met zo’n installatie erg spannend vinden. Overigens: deze hangende versie heb ik speciaal gemaakt voor Invertuals. De eerste, een liggende, is nu te zien in het Van Abbemuseum, als onderdeel van de expositie Broken White. Wat ik verder nog met Fosfeen ga doen? Ik weet het nog niet precies.”


Tot slot: over 9 dagen is Dutch Design Week weer voorbij. Enig idee wat je de komende tijd nog gaat bedenken en maken?

“Om te beginnen moet ik op zoek naar een nieuwe werkplek, want het pand naast mijn huidige studio is vorige maand helemaal afgebrand. Wonderlijk genoeg is alles bij mij nog intact, afgezien van rook- en waterschade. Verder heb ik een aantal projecten lopen waarover ik niet zo veel kan en mag zeggen. Het heeft in elk geval te maken met een festival volgend jaar in Eindhoven. Daarnaast ben ik druk bezig om mijn project Neurotransmitter 3000, een zelfgebouwde attractie, door te ontwikkelen, zodat ik die uiteindelijk kan aansturen via mijn eigen biometrische data. En dan is er natuurlijk nog die jongensdroom: het liefst zou ik mijn eigen achtbaan bouwen. Maar ja, dat is voorlopig even niet binnen handbereik. Tenzij ik sponsors vind natuurlijk.”

 

‘The making of’ is het thema van de 15de Dutch Design Week. Daarmee staat het jubileumjaar volledig in het teken van het maakproces en de makers. Eregasten zijn 2500 ontwerpers die het evenement groots, en de wereld net iets beter, slimmer, handiger of mooier maakten. In Eindhoven tonen ze 9 dagen lang hun nieuwste werk en het beste wat design te bieden heeft.

 

www.ddw.nl